Zondag 28
januari 2007.
Eén keer per
week zetten wij de wekker, zondagochtend om zeven uur gaat het alarm af. Buiten
is het nog donker en koud. Om half negen horen we bij de bar naast de kerk in
Xaló te zijn. Van daar vertrekken de leden van onze plaatselijke fietsclub
www.ccxalo.com. Als er niet
voor heel de dag regen was voorspeld waren we ook gegaan maar nu liggen we zo
lekker. Alleen is er één probleem: het regent nog niet. De wolken zien er wel
erg dreigend uit hoor, zeg ik tegen Cokky die last heeft van een spijbelgevoel.
In Nederland is het allemaal veel gemakkelijker, je gaat gewoon fietsen weer of
geen weer. De eerste keer dat ik mij op zondagochtend meldde om met de club te
gaan fietsen regende het. Er was niemand. Raar, waar is iedereen vroeg ik mij
af? Manolo, de voorzitter, was er wel maar zonder zijn fiets en hij keek mij
stomverbaasd aan vanachter zijn cafe con leche. “Hombre, wat kom jij nu doen, je
bent helemaal nat. Natuurlijk gaan we niet fietsen als het regent. Rare jongens
hoor, die estranjeros”. De week daarop was het droog, oké het had ´s nachts een
uurtje geregend. De zon scheen en het asfalt dampte. In de drukke bar was ik
weer de enige in wielerkleding en weer zat Manolo aan zijn ontbijt, een kop
koffie met melk. Waar is iedereen, vraag ik. “Jullie buitenlanders leren het ook
nooit, hè? Vorige zondag heb ik nog gezegd dat we niet gaan als het regent”. Ja,
maar het is droog, de zon schijnt, het was maar een klein buitje. Hij pakt mijn
schouder en we lopen samen naar buiten, “maar kijk dan, de weg is toch nat! Als
de weg nat is gaan we niet”. Onze drie katten zijn bij ons op bed gekropen en we
liggen zo lekker. Maar de weg is wel droog. Nee, het is geen spijbelen als we
blijven liggen. Ik weet eigenlijk wel zeker dat Manolo vindt dat het regent,
“Kijk dan, chico, uit die wolken kan regen komen en dan gaan we niet”. Soms is
het echt wennen aan 300 zonnige dagen per jaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten